Achtergrond
Het programma Overspanning & Burn-out is ontwikkeld voor volwassenen die last hebben van overspanningsklachten of een burn-out. Onderwerpen die aan bod komen zijn psycho-educatie en de drie fasen van het hersteltraject: de crisisfase, de oplossingsfase en de toepassingsfase. Gedurende het traject wordt de voortgang gemonitord met een herhaalde vragenlijst.
Na de herziening van het programma in april 2024 zijn er tot en met september 2024 4.379 mensen met dit programma gestart, als onderdeel van een blended behandeltraject.
Methode
De onderzoekspopulatie
In totaal hebben 462 gebruikers zowel de voormeting (T0) als de nameting (T1) van de 4DKL ingevuld, met ten minste drie weken tussen de metingen. Van deze groep is 76% vrouw en 24% man en de gemiddelde leeftijd is 40 jaar (SD = 13). De leeftijds- en geslachtsverdeling en de ernst van de klachten op de voormeting komen overeen met die van de deelnemers die niet in de analyse zijn meegenomen.
De 4DKL
Klachten zijn aan het begin (T0) en aan het einde (T1) van het programma gemeten met de Vierdimensionale Klachtenlijst (4DKL). De 4DKL bestaat uit 50 items die vragen naar klachten in de afgelopen zeven dagen, verdeeld over vier subschalen: distress (spanningsklachten), somatisatie (lichamelijke klachten), depressie en angst. Elke subschaal heeft eigen afkapwaarden, die zijn gebruikt om scores te categoriseren als lage, matig verhoogde of sterk verhoogde klachten.
De verdieping richt zich vooral op distress en somatisatie, omdat die subschalen het meest direct aansluiten bij de klachten die kenmerkend zijn voor overspanning en burn-out. De vragenlijst wordt ook halverwege het programma ingezet, waardoor de verandering van klachten tussentijds te volgen is.
Resultaten
Afname van klachten
Na het doorlopen van het programma neemt het aantal gebruikers met lage klachten toe en het aantal met sterk verhoogde klachten af, op zowel distress als somatisatie. De gemiddelde afname is 32%. Dit is een significante en sterke afname:
- Distress: gemiddelde score T0 = 21,49 en T1 = 14,66 (Repeated Measures ANOVA: F = 510,182 (df = 1,461), η² = .53, p < .001)
- Somatisatie: gemiddelde score T0 = 14,10 en T1 = 9,56 (Repeated Measures ANOVA: F = 347,23 (df = 1,461), η² = .43, p < .001)
Voor angst en depressie is een Friedman-toets gebruikt, omdat die geschikt is voor niet-normaal verdeelde data. Ook daar is een significante, matig sterke afname te zien:
- Angst: gemiddelde score T0 = 1,74 en T1 = 1,26 (Friedman: χ² = 248,217, W = .28, p < .001)
- Depressie: gemiddelde score T0 = 1,71 en T1 = 1,29 (Friedman: χ² = 235,269, W = .26, p < .001)
Voor-, tussen- en nameting
Bij de gebruikers met drie meetmomenten (N = 70, met Bonferroni-correctie) is de afname op distress zowel tussen de voor- en tussenmeting als tussen de tussen- en nameting significant. Op somatisatie is de afname tussen de voor- en tussenmeting significant, maar tussen de tussen- en nameting niet (p = .12). Een mogelijke verklaring is dat het programma vóór de tussenmeting vooral ingaat op somatische klachten via ontspanningsoefeningen, bodyscans en beweegadviezen, en dat de focus daarna verschuift naar coping, denkfouten, persoonlijkheid en het herkennen van patronen en valkuilen.
Factoren die samenhangen met klachtafname
Hoe hoger de klachten op distress en somatisatie op de voormeting, hoe groter de afname op de nameting (respectievelijk r = .34, p < .001 en r = -.47, p < .001). Er is geen verband met leeftijd of geslacht.
Tijd tussen de metingen
Er is geen significant verband tussen het aantal dagen tussen de voor- en nameting en de afname van klachten. De grootste afname treedt op wanneer er meer dan negen weken tussen de metingen zit; voor somatisatie is geen duidelijke trend te zien. De meeste gebruikers doorlopen het programma in één tot drie weken, terwijl het programma zelf een doorlooptijd van 7 tot 15 weken adviseert.
Geholpen zijn en tevredenheid
Gebruikers met een grotere afname op distress zijn het significant meer eens met de stelling ‘Door dit programma zijn mijn klachten afgenomen’ (F = 6,343 (df = 1,59), η² = .10, p = .015). Voor somatisatie is dat verband niet significant (p = .30), mogelijk doordat het programma vooral gericht is op factoren die samenhangen met distress.
91% van de gebruikers voelt zich geholpen door het programma en 87% is er tevreden over. Bij dit programma geven relatief meer mensen dan gemiddeld op het platform aan een afname in klachten te ervaren, nieuwe inzichten te hebben gekregen en beter met klachten om te kunnen gaan. Relatief minder mensen geven aan dichter bij hun doelen te zijn gekomen, wat kan komen doordat het programma niet gericht is op het bewust opstellen van doelen.
Conclusie
Het programma Overspanning & Burn-out laat een significante en sterke afname zien van distress- en somatisatieklachten (gemiddeld 32%; η² = .53 en .43). Ook op angst en depressie is een significante, matig sterke afname te zien. Het effect is het grootst bij gebruikers die met sterk verhoogde klachten starten.
Dat gebruikers met een grotere afname op distress ook vaker aangeven dat hun klachten door het programma zijn afgenomen, suggereert dat de afname ten minste gedeeltelijk is toe te schrijven aan het programma.
Opvallend is dat de meeste gebruikers het programma in één tot drie weken doorlopen, terwijl de grootste klachtafname optreedt bij een langere doorlooptijd. Het advies om het programma in 7 tot 15 weken te doorlopen verdient daarom nadruk in de begeleiding.


