Achtergrond
Het programma Somberheid is ontwikkeld voor volwassenen met somberheidsklachten. Het is bedoeld voor lichte tot matige problematiek en kan ook preventief worden ingezet. Het programma bestaat onder andere uit psycho-educatie over somberheid en cognitief-gedragstherapeutische interventies; daarnaast is er aandacht voor activatie, leefstijl en acceptatie.
Ongeveer 7.900 mensen zijn tot nu toe met het programma Somberheid aan de slag gegaan, waarvan de meerderheid (88%) als onderdeel van een blended behandeltraject.
Methode
De onderzoekspopulatie
In totaal hebben 370 mensen zowel de voormeting (T0) als de nameting (T1) ingevuld, met ten minste drie weken tussen de metingen. Van deze groep is 61% vrouw en de gemiddelde leeftijd 38 jaar (SD = 16). 348 gebruikers (98%) volgden het programma via Therapieland en 7 (2%) via Gezondeboel.
De man-vrouwverhouding en de ernst van de klachten op de voormeting verschillen niet significant van de totale groep gebruikers; de steekproef is wel significant ouder (gemiddeld twee jaar).
De PHQ-9
Somberheidsklachten zijn aan het begin (T0) en aan het einde (T1) van het programma gemeten met de PHQ-9. Die vragenlijst bestaat uit negen vragen over de ernst van depressieve klachten, gescoord op een schaal van 0 tot 3, met maximaal 27 punten. Een score van 10 of hoger wordt door de ontwikkelaars gezien als een sterke aanwijzing voor klinisch relevante depressieve klachten. De gehanteerde afkapwaarden zijn 0-9 (lage klachten), 10-14 (matige klachten) en 15-27 (hoge klachten).
Resultaten
Afname van klachten
Na het doorlopen van het programma is er een significante afname van somberheidsklachten van 22%, met een groot effect: Repeated Measures ANOVA, F = 293 (df = 1,396), η² = .44, p < .001. De categorie lage klachten neemt sterk toe (van 64 naar 178 gebruikers) en de categorie hoge klachten neemt sterk af (van 181 naar 71).
Het programma is het meest effectief voor mensen met hoge somberheidsklachten. De groep die op de voormeting matige klachten had (gemiddeld 12) komt op de nameting in de categorie lage klachten terecht; de groep met hoge klachten (gemiddeld 18) komt uit op matige klachten. Er is een sterk significant verband tussen de mate van klachten op de voormeting en de mate van afname (r = .35, p < .001).
Er is geen substantieel verband tussen klachtafname en leeftijd of geslacht.
Tijd tussen de metingen
Er is een significante correlatie tussen het aantal dagen tussen de voor- en nameting en de afname van klachten (r = .19, p < .001). De grootste afname treedt op wanneer er 6 tot 9 weken tussen de metingen zit, terwijl de meeste gebruikers het programma in kortere tijd doorlopen. Voor een optimaal effect adviseren we een tijdspanne van 6 tot 9 weken.
Geholpen zijn en klachtafname
Zes weken na de start vragen we gebruikers én behandelaren of de gebruiker zich geholpen voelt en een afname van klachten ervaart. Gebruikers die zich geholpen voelen laten een significant grotere afname van klachten zien dan gebruikers die dat niet doen (ANOVA: F(1,99) = 6,32, p = .01, N = 101). Wie het eens is met de stelling ‘Door dit programma zijn mijn klachten afgenomen’ laat ook een grotere afname op de PHQ-9 zien (F(1,104) = 9,41, p = .003, N = 106), en dat geldt eveneens wanneer de professional het eens is met de stelling dat het programma de klachten heeft doen afnemen (F(1,52) = 5,62, p = .02, N = 54). Vanwege de beperkte power zijn deze analyses gedaan bij iedereen met een voor- en nameting.
Deze bevindingen suggereren dat de afname van somberheidsklachten ten minste gedeeltelijk is toe te schrijven aan het doorlopen van het programma.
Engagement
Halverwege het programma is de engagement gemeten met de TWEETS-vragenlijst. Er is een zwakke maar significante correlatie tussen engagement en de mate van klachtafname (r = .11, p = .03, N = 407). Nemen we engagement als covariaat op in het model, dan verklaart engagement maar een klein deel van het tijdseffect. Een mogelijke verklaring is dat er weinig variatie in de engagementscores zit: slechts 6% van de gebruikers scoort laag.
Manieren van geholpen zijn
Bij het programma Somberheid voelen relatief meer mensen zich geholpen door nieuwe inzichten, beter met klachten om kunnen gaan en een positievere kijk op dingen dan bij het gemiddelde van alle programma’s op het platform.
Conclusie
Het programma Somberheid laat een significante afname van somberheidsklachten zien (22%) met een groot effect (η² = .44). Het effect is het grootst bij gebruikers die met hoge klachten starten: die schuiven gemiddeld een ernstcategorie op.
Dat zowel gebruikers als hun behandelaren de klachtafname aan het programma toeschrijven, suggereert dat de afname ten minste gedeeltelijk aan het programma is toe te schrijven.
De grootste afname treedt op bij een doorlooptijd van 6 tot 9 weken, terwijl de meeste gebruikers het programma sneller doorlopen. Dat advies verdient dus nadruk in de begeleiding.


