Achtergrond
Het programma Rouw is bedoeld voor volwassenen die een naaste hebben verloren en in principe een ‘normaal’ verwerkingsproces doormaken, maar toch problemen ervaren op een of meer levensgebieden en daar hulp bij nodig hebben. Het programma biedt concrete handvatten om het rouwproces zo goed mogelijk te doorlopen.
Ongeveer 9.000 mensen zijn tot nu toe met het programma Rouw aan de slag gegaan, waarvan de meerderheid (97%) als onderdeel van een blended behandeltraject.
Methode
De onderzoekspopulatie
In totaal hebben 636 mensen zowel de voormeting (T0) als de nameting (T1) ingevuld, met ten minste drie weken tussen de metingen. Van deze groep is 75% vrouw en de gemiddelde leeftijd 49 jaar (SD = 15). 619 gebruikers (97%) volgden het programma via Therapieland en 17 (3%) via Gezondeboel.
De man-vrouwverhouding en de ernst van de klachten op de voormeting verschillen niet significant van de totale groep gebruikers; de steekproef is wel significant ouder (gemiddeld vijf jaar).
De Rouwmeter
Rouwklachten zijn aan het begin (T0) en aan het einde (T1) van het programma gemeten met de Rouwmeter, een vragenlijst met 29 vragen op een schaal van 0 tot 4 (totaalscore 0-116). De gehanteerde afkapwaarden zijn 0-38 (weinig klachten), 39-86 (middelmatige klachten) en 87-116 (veel klachten).
Resultaten
Afname van klachten
Rouwklachten nemen af na het doorlopen van het programma. Er is een significante afname van 22%: de gemiddelde score daalde van 51 (T0) naar 40 (T1). Repeated Measures ANOVA: F = 398 (df = 1,635), η² = .39, p < .001.
De categorie lage klachten wordt groter (van 176 naar 327 gebruikers); de categorie hoge klachten is bij zowel de voor- als de nameting klein en blijft nagenoeg gelijk. Analyseren we gebruikers van Therapieland en Gezondeboel apart, dan is de afname bij beide platforms significant.
Factoren die samenhangen met klachtafname
Mensen die op de voormeting meer klachten ervaren laten een significant grotere afname zien (r = .21, p < .001). Ook een jongere leeftijd hangt samen met een grotere afname (r = -.13, p < .001). Bij geslacht is een trend te zien waarbij vrouwen een iets grotere afname laten zien (F(1,632) = 3,3, p = .07).
Tijd tussen de metingen
Er is een significante correlatie tussen het aantal dagen tussen de voor- en nameting en de afname van rouwklachten (r = .19, p < .001). De meeste gebruikers doorlopen het programma in 3 tot 6 weken, terwijl de grootste afname optreedt bij 6 tot 9 weken. Voor een optimaal effect adviseren we een tijdspanne van 6 tot 9 weken.
Andere effectmaten
Gebruikers die zich geholpen voelen hebben een significant grotere afname van rouwklachten (ANOVA: F(1,135) = 4,63, p = .03). Wie een grotere afname op de Rouwmeter laat zien, is het significant meer eens met de stelling ‘Door dit programma zijn mijn klachten afgenomen’ (r = .16, p = .04). Ook hun behandelaren zijn het significant vaker eens met de stelling dat het programma de klachten heeft doen afnemen (r = .34, p = .02). In hoeverre de afname is toe te schrijven aan de face-to-face-therapie weten we niet; deze bevindingen suggereren dat de afname ten minste gedeeltelijk aan het programma is toe te schrijven.
Engagement
Anders dan bij andere programma’s is er bij Rouw geen significant verband tussen engagement en klachtafname (r = .11, p = .31). Nader onderzoek laat zien dat de resultaten tegengesteld zijn voor gebruikers die laag en hoog scoren op de voormeting. Bij de helft met de laagste beginscores is de trend: hoe hoger de engagement, hoe kleiner de afname (r = -.24, p = .15, niet significant, N = 39). Bij de helft met de hoogste beginscores geldt het omgekeerde: hoe hoger de engagement, hoe groter de afname (r = .32, p = .02, N = 54). Die tegengestelde verbanden lijken elkaar op te heffen.
Voor deze bevinding is geen duidelijke verklaring. Mogelijk zitten de groepen in een andere fase van hun rouwproces, en kan het voor de groep met minder klachten bij aanvang confronterender zijn om met het programma bezig te zijn. Ook de kleine steekproefgroottes vragen voorzichtigheid.
Manieren van geholpen zijn
Bij het programma Rouw voelen relatief meer mensen zich geholpen doordat zij herkennen niet de enige te zijn met deze klachten, beter met klachten om kunnen gaan, meer controle op de situatie ervaren en zich er niet alleen voor voelen staan dan bij het gemiddelde van alle programma’s op het platform.
Conclusie
Het programma Rouw laat een significante afname van rouwklachten zien (22%) met een groot effect (η² = .39). De afname is het grootst bij gebruikers met meer klachten bij aanvang en bij jongere gebruikers, en treedt het sterkst op bij een doorlooptijd van 6 tot 9 weken.
Dat zowel gebruikers als hun behandelaren de klachtafname aan het programma toeschrijven, suggereert dat de afname ten minste gedeeltelijk aan het programma is toe te schrijven.
Opvallend is dat engagement bij dit programma niet samenhangt met klachtafname, terwijl dat bij andere programma’s wel het geval is. De tegengestelde verbanden bij gebruikers met lage en hoge beginscores vragen vervolgonderzoek.


